Categoriearchief: Pieter Plass

Daken van grootverbruikers optimaal benutten voor energie-opwekking met zonnepanelen

“Leg eerst de daken vol” is makkelijker gezegd dan gedaan. Als iedereen dit zou omarmen waren we er al lang mee bezig. Er is een zetje voor nog. Het kan met wat politieke daadkracht.


Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven en instellingen die per jaar vanaf 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas of een equivalent daarvan verbruiken om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren.

Middels de Activiteitenregeling (Artikel 2.16) is bepaald aan welke maatregelen in ieder geval moet worden voldaan. Sinds 2013 zijn daarvoor overzichten, erkende maatregelenlijsten per bedrijfstak. Dit betreft de maatregelen waarvan bekend is dat deze binnen vijf jaar worden terugverdiend.

De erkende maatregelenlijsten per bedrijfstak zijn echter niet uitputtend en voorzien niet in energie-opwekking.

Zonder een stok achter de deur om daar wel mee aan de slag te gaan blijven de daken van grootverbruikers voor een groot deel onbenut. Die stok is de wettelijke verplichting vanuit het Activiteitenbesluit. Met eigen schone energie-opwekking regel je energiebesparing.

Staat vast dat met zonnepanelen aan het criterium van de terugverdientijd wordt voldaan dan is de grootverbruiker hier aan gehouden.

Er is een zetje nodig

De terugverdientijd van zonnepanelen zal per situatie variëren. Een gangbaar gemiddelde is 7 jaar. Zonnepanelen gaan wel 25 jaar mee. Na het terugverdienen wekken ze dan ook nog zo’n 18 jaar gratis stroom op. Gebaseerd op deze uitgangspunten, zou, indien 2/7 van de vereiste investering op een alternatieve manier wordt georganiseerd, het aanbrengen van zonnepanelen op daken van grootverbruikers een verplichting worden.

Om dit mogelijk te maken zien wij twee kansrijke scenario’s.

  1. De gemeente subsidieert het deel van de investering wat de 5 jaar te boven gaat. Dit is vooral een maatschappelijke afweging. Hebben wij er wat voor over om zonnevelden in ons landschap te voorkomen?
  2. Er wordt met initiatiefnemers op het gebied van zonne-energie onderzocht of er een grootverbruikersregeling kan worden opgesteld waarbij de initiatiefnemer geheel of gedeeltelijk in de vereiste investering voorziet. Per saldo wordt hiermee wat aan zonnepanelen mogelijk in ons landschap terecht zou komen op daken van grootverbruikers gerealiseerd.

Een dergelijke regeling biedt veel voordelen:

  1. Het kan snel een aanvang nemen en daarmee substantieel bijdragen aan schone energie-opwekking.
  2. Hiermee wordt onnodige aantasting van het landschap voorkomen.
  3. Daken van grootverbruikers worden optimaal benut.
  4. Zonnepanelen op daken van grootverbruikers aanbrengen vereist in beginsel geen aanpassing van de infrastructuur zoals wel het geval bij het aanleggen van een zonneveld. Veel zonnevelden werken op beperkte capaciteit omdat het stroomnet het helemaal niet aankan. Dat wel orde brengen duurt vaak jaren.
  5. Het toont aan dat er met creativiteit en samenwerking resultaten worden geboekt waar iedereen blij van wordt.
  6. Het geef invulling aan ‘kijk naar alternatieven’. Dit is een kansrijk en relatief simpel alternatief.
  7. Goed voorbeeld doet volgen. Ook niet grootverbruikers kunnen wellicht aanhaken. Wat hier kan … kan elders ook. Gewoon doen.

Er geldt al een verplichting van registratie van grootverbruikers en welke energiebesparende maatregelen per gebruiker zijn getroffen. Hiermee heeft de gemeente, als het goed is, al keurig in beeld welke gebouwen het betreft. Hiermee is ook snel helder over hoeveel dakvlak je het hebt en kun je gaan rekenen: dit zijn de meters, dan heb je het over ‘zoveel’ zonnepanelen die anders in ons fraaie land zouden komen. Ook wat het kost kan relatief eenvoudig met kengetallen inzichtelijk worden gemaakt.

Alhoewel er grootverbruikers zijn die vrijwillig al het nodige organiseren zal een bedrijf er vaak toch voor kiezen het geld eerst maar eens in de bedrijfsactiviteiten te steken. Er is een extra zetje en hulp nodig. Dat vraagt om politieke daadkracht.

De beoogde regeling sluit mooi aan op nieuwe wetgeving. Zoals het zich nu laat aanzien komt er met ingang van 1 januari 2022 de mogelijkheid energie-opwekking met zonnepanelen bij nieuwbouw van industriegebouwen af te dwingen. Via een zogenoemde maatwerkregel in het omgevingsplan kunnen gemeenten straks eisen dat nieuwe gebouwen die niet al onder de voorgenomen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG)-eisen vallen, hun dak gebruiken voor opwek van duurzame energie of klimaatadaptatie.

In de Volksraadpleging Windmolens en Zonnevelden Drempt (1) is reeds ingespeeld op de eis om daken van grootverbruikers optimaal te benutten en van zonnepanelen te gaan voorzien. 84% van de respondenten vindt dit een goede zaak.

Het is  aan de gemeente mee te denken en te doen met wat wel kan net zoals dat van burgers wordt verwacht. Enkel “Nee” zeggen brengt ons niet verder. We gaan uit van het positieve … binnenkort dus in gesprek om dit voor elkaar te krijgen!

Pieter Plass

PS
Is er een nieuwe regering dan zal WindmolensDrempt aanpassing van wetgeving bepleiten om het plaatsen van zonnepanelen op daken van grootverbruikers naar een verplichting te brengen. Hierin staan wij niet alleen. Deze roep wordt steeds luider. Meer en meer partijen steunen deze inzet. Onafhankelijk van dit traject ligt het nu op de weg van gemeenten het ‘zetje’ te geven.


Leestip:

‘Stop met zonneparken en leg zonnepanelen op daken’ | nos.nl | 18-02-2021

Is het dat waard? Kan dat niet anders?

Landelijk nieuws over windmolens en zonnevelden leert ons veel.

We zien vooral de worsteling. Nergens is men blij met windmolens relatief kort bij bebouwing. Ook hoe er een deken aan zonnepanelen over het land wordt getrokken stemt mensen negatief.

We leren dat afwegingskaders vaak rekbaar worden toegepast en direct betrokkenen het nakijken hebben.

We leren dat het betrekken van mensen veelal voor de vorm is. Plannen worden er door gedrukt en het is slikken of stikken.

De inzet van gemeenten wordt getrakteerd als een must om aan de klimaatdoelen te gaan voldoen.

Iedere molens is er één en gaat bijdragen. Zeker … De mate waarin is echter een heel ander verhaal, nog maar te zwijgen over het rendement in relatie tot kosten. Met al deze inspanningen, al die molens die nog moeten komen, gaan we tot 2030 slechts 6 procent van ons energiegebruik verduurzamen. Is het dat waard? Kan dat niet anders? Komen er molens dan wordt de leefomgeving voor velen een stuk minder plezierig of zelfs helemaal verpest. Het heeft veel negatieve effecten. Wordt er wel echt nagedacht of het dat allemaal wel waard is? Ik vraag het me af.

Ook in onze regio zijn momenteel gesprekken met landeigenaren gaande over zonnevelden en windmolens. Het maakt een paar landeigenaren even extra blij plus een groep (vooral buitenlandse) investeerders.

Pieter Plass


Leestip:

Op Nu.nl, 16 januari 2021: ‘Ruim driekwart van grote Nederlandse zonneparken in buitenlandse handen’

Quotes uit het artikel:

“De Nederlandse zonnevelden die in buitenlandse handen zijn krijgen samen tot bijna 1,1 miljard euro subsidie. Daarvan verdwijnt 83 procent, zo’n 889 miljoen euro, naar het buitenland.”

“Boeren die 25 hectare land verpachten ontvangen hierdoor jaarlijks al snel zo’n 200.000 euro.”

Stroomnet niet op orde … wel alvast het landschap verziekt

Liander rapporteert op 6 november 2020 over het congestiegebied Angerlo.

Hieruit blijkt dat capaciteitsproblemen met het stroomnet voorlopig niet opgelost gaan worden.

“Liander verwacht de werkzaamheden voor het uitbreiden van het elektriciteitsnet in het vierde kwartaal van 2024 afgerond te hebben. In dit gebied wordt een nieuwe middenspannings voedingskabel aangelegd.”

Dit probleem speelt op veel locaties. Zonnevelden en windmolens kunnen (voorlopig) niet of slechts voor een beperkt deel functioneren.  Het is een bizarre situatie.

In de recente Volksraadpleging hebben wij ingespeeld op dit probleem.

89% van respondenten onderschrijft dat je windmolens en zonnevelden pas toestaat als het stroomnet op orde is.

96% vindt het belangrijk dat installaties voor grootschalige opwekking van energie ook doen waar ze voor zijn bedacht. Dat dit ook toetsbaar wordt met een drempelwaarde en, indien hier niet aan wordt voldaan consequenties heeft. Dit moet onderdeel van de vergunning zijn. Deze eis voorkomt dat installaties deels of zelfs geheel ‘werkeloos’ zijn en ondertussen wel de landschappelijke aantasting een feit is.

Bekijk het Liander-rapport van 6 november 2020.

Pieter Plass

Grootverbruikers krijgen verplichting daken te voorzien van zonnepanelen

In de Volksraadpleging Windmolens en Zonnevelden Drempt is reeds ingespeeld op de eis om daken van grootverbruikers optimaal te benutten en van zonnepanelen te gaan voorzien. 84% van de respondenten vindt dit ook een goede zaak.

Zoals het zich nu laat aanzien komt er met ingang van 1 januari 2022 de mogelijkheid dit bij nieuwbouw voor industriegebouwen af te dwingen. Via een zogenoemde maatwerkregel in het omgevingsplan kunnen gemeenten straks eisen dat nieuwe gebouwen die niet al onder de voorgenomen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG)-eisen vallen, hun dak te gebruiken voor opwek van duurzame energie of klimaatadaptatie.

Dit is een logische en effectieve maatregel. Echter, het zal pas op de langere termijn wat opleveren. Het gaat immers enkel over nieuwbouw en gaat voorlopig nog niet in.

Het voornemen sluit aan op de maatregel die in de Volksraadpleging is beschreven.

Het is goed helder te hebben waar de twee maatregelen verschillen. De nieuwe overheidsmaatregel heeft betrekking op nieuwbouw en gebouwen in een bepaalde categorie: industriegebouwen. De maatregelen die in de Volksraadpleging is beschreven beoogt bestaande gebouwen, die van grootverbruikers (conform het Activiteitenbesluit), volledig te voorzien van zonnepanelen. Met een klein duwtje vanuit de gemeente kan dit, gebaseerd op de eisen van het Activiteitenbesluit, relatief snel worden gerealiseerd.

Er is een belang om juist de bestaande gebouwen optimaal te gaan benutten, daar zijn er immers heel veel van. Is de terugverdientijd van zonnepanelen meer dan 5 jaar en besluit een gemeente het meerdere te subsidiëren dan is iedere grootverbruiker verplicht hierin te voorzien.

Volksraadpleging Windmolens en Zonnevelden regio Doesburg en Drempt

Inwoners van het gebied Doesburg, Drempt en buurtschappen willen:

  1. Volledig geïnformeerd worden over de plannen met windmolens en zonnevelden.
  2. In de gelegenheid worden gesteld een stem in de plannen te hebben.
  3. Dat de gemeenten Bronckhorst en Doesburg de plannen in goed overleg samen maken, samen verder brengen.
  4. Er een open dialoog, open communicatie over de plannen is.
  5. Dat na zorgvuldige weging van alle belangen de best haalbare oplossingen gerealiseerd worden, niet de goedkoopste of meest makkelijke oplossingen maar de beste.

Dit blijkt uit het ondertekenen van het manifest. De meerderheid van mensen uit het gebied is het eens met deze vereisten.

Die stem in plannen, mensen betrekken, mee laten denken over oplossingen doe je door het te vragen. Dat doen we met de Volksraadpleging.

Het moment hiervoor is nu. Juist omdat er wordt gewerkt aan afwegingskaders moet hetgeen mensen vinden nu worden meegenomen.

Weten wij precies wat we mensen moeten vragen? Nee natuurlijk niet. Laat iedereen zijn of haar input maar leveren. Daar is alle ruimte voor.

Als de afwegingskaders definitief zijn is het te laat!

Omdat de gemeente Doesburg een heel ander tijdspad heeft dan gemeente Bronckhorst moeten inwoners nu van zich laten horen. Dit staat dan ook los van de recente enquête van Bronckhorst.

De naam ‘Volksraadpleging’ is niet zomaar gekozen. Bij een stem geven hoort dat er ook iets mee wordt gedaan. Daar waken wij over. Bij een enquête is dit niet vanzelfsprekend.

Vanaf maandag 21 december 2020 krijgt iedereen woonachtig in Voor- en Achter-Drempt een brief met het hoe en waarom. Andere deelgebieden volgen.

Pieter Plass

Waarom nu meedoen?

Met de plannen van de gemeente Doesburg voor windmolens in de regio zijn we nu aan het begin van fase 2: ‘afwegingskader’.

Is het afwegingskader eenmaal vastgesteld dan is de mate waarin er nog invloed kan worden uitgeoefend op plannen zeer beperkt.

Het kader is bepalend voor spelregels en toetsing. Alles wat daarna komt is feitelijk procedure. Er zijn alsdan nog steeds diverse mogelijkheden om tegengas te bieden. In de praktijk levert dat nagenoeg niets op omdat een aanvraag  op dat moment wordt getoetst aan het afwegingskader.

De werkgroep die nu het afwegingskader opstelt wordt als de vertegenwoordiging van bewoners gezien.

Opinie: Plaats geen windmolens op de zeedijk

In het Dagblad van het Noorden van 1 december 2020 een opiniestuk over het voornemen om windmolens op de zeedijk langs Eems-Dollard te plaatsen.

Quote:
“Er zijn vele manieren om als organisatie energieneutraal te worden, maar er is op deze wereld slechts één Dollard!”


Mijn mening

Er wordt een redenering gehanteerd die voor iedere andere locatie geldt.

Omdat het gebied ‘uniek’ is moet juist dát worden ontzien, daar geen molens.

De schrijver gaat voorbij aan het feit dat iedere regio per definitie uniek is en de mensen die daar wonen niet staan te springen om relatief kort bij hun woning megawindmolens te planten.

Mensen eerst

… en natuur op de twee plaats. De leefomgeving van de mens is het meest belangrijke. Blijf daar zoveel mogelijk met de grote windmolens en zonneparken weg en zoek alternatieven, kies hierbij voor het minst kwade. Dat is in de eerste plaats op zee. Zee en optie twee, natuur op land, zijn geen locaties die door mensen uit een stedelijk gebied, waar de meeste energie voor moet worden opgewekt, heilig en onaantastbaar kunnen worden verklaard.

Onderken dat windmolens en zonneparken niet dé oplossing kunnen zijn. Ga nu dan ook met de meeste spoed regelen wat moet. Dat is met de huidige stand der techniek kernenergie. Hoe eerder je dat doet, hoe meer landschap je kunt sparen, hoe meer zee, hoe meer natuur op land en hoe meer woonomgeving van de mens.

Pieter Plass

Boze bewoners maken toch afspraken met de windmolensector

In Trouw van 26 november 2020 wordt nader uit de doeken gedaan waarom het landelijk actienetwerk tegen windturbine-overlast (NLVOW) nu gaat samenwerken met de windsector.

De achterliggende gedachte is dat deze club wil proberen tot betere afspraken te komen.

Quote:
“We hebben vertrouwen in de toezeggingen om burgers mee te laten praten over de plaatsing van windmolens”, aldus NLVOW-voorzitter Rob Rietveld. Het idee is dat  er voor ieder nieuw windpark een plan moet worden opgesteld om bewoners te betrekken.”

Ik ben het met Rietveld eens, afspraken maken heeft de voorkeur. Of dit ook voldoende hard kan en gaat gebeuren zullen we moeten afwachten. Dit is nog niet het geval.

Ook niet onbelangrijk, afspraken maak je vooraf. Bewoners moeten worden betrokken als een gemeente plannen maakt en niet pas op het moment dat er een initiatiefnemer aanschuift en mogelijke locaties al zijn vastgelegd in kaders die de gemeente hanteert.

Pieter Plass